| Criminologie voor juristen |
|
|
|
De criminologie had in de negentiende eeuw haar oorsprong in de statistiek en de medische wetenschap. Criminologen hebben criminaliteit aanvankelijk beschreven als een soort 'ziektebeeld'. Met de toenemende invloed van de sociologie is men in de twintigste eeuw de oorzaken in een steeds ruimer wordende kring rond de wetsovertreder gaan zoeken. Toen ook daar de ultieme verklaring van criminaliteit niet werd gevonden, werd de benoeming en aanpak van 'criminelen' door de sociale omgeving en door strafrechtelijke instanties bij de analyse betrokken. Daarmee ontstond in de jaren zestig naast de criminologie van de wetsovertreder ('lawbreaker') een criminologie van de wetgever en rechtshandhaver (de 'lawmaker'). In de jaren tachtig kwam ook het slachtoffer in beeld. Onderzoek naar oorzaken van criminaliteit kreeg in de jaren negentig weer een belangrijke plaats. Tevens verschoof de aandacht naar criminaliteitsbeleid en de daarmee gepaard gaande spreiding van verantwoordelijkheid voor criminaliteitspreventie en bestrijding over burgers en andere instanties. In het begin van de eenentwintigste eeuw werd risicojustitie als nieuw begrip en nieuw beleid geïntroduceerd. Het keuzevak ‘criminologie voor juristen’ onderzoekt wat de criminologie voor juristen kan betekenen. Ga terug... |

