Home
Werk
Studie
Cursussen
CV kort (print versie)

Scriptie Afdrukken E-mail
De context van het recht
Een beschouwing over de rol van het recht in de reflexieve modernisering 


Ulrich Beck introduceerde in 1986 het begrip ‘risicomaatschappij’. Hij doelt met dit begrip op een nieuw soort maatschappij die volgens hem dreigde te ontstaan. Zijn idee is dat het in de moderne maatschappij om de productie en verdeling van welvaart gaat, terwijl in de risicomaatschappij de verdeling van risico's centraal staan.

De risico’s in een risicomaatschappij:

•    kunnen in korte tijd veranderen van aard;
•    zijn niet tijdgebonden dus ook toekomstige generaties kunnen er nog last van hebben;
•    zijn niet nationaal begrensd dus hebben een mondiale impact;
•    zijn niet persoonsgebonden, niemand draagt verantwoordelijkheid;
•    zijn onomkeerbaar.

In de risicomaatschappij bestaat een grote behoefte aan zekerheid en visie om de risico’s zo klein mogelijk te maken. De nieuwe risico’s zijn zo groot dat ze voorbij gaan aan onze huidige notie van tijd, plaats en staat. Het antwoord van Beck op de problemen in de risicomaatschappij is wat hij noemt “reflexieve modernisering”. Dit wil zeggen dat er gekeken wordt naar de grondslagen van het moderniseringsproces. Men vraagt zich bij elke stap die men zet af wat de gevolgen kunnen zijn van die stap. Dit vereist een nieuwe houding van politiek en recht. Deze instituties moeten opzoek naar een nieuwe rol om de risico’s te kunnen ondervangen. De vraagstelling van mijn scriptie luidt dan ook: Wat is de betekenis van recht in de reflexieve modernisering? In de context van deze scriptie spelen twee instituties daarbij een prominente rol; de politiek en de rechtspraak. 

In het midden van de 19de eeuw is de politiek zich onder invloed van de misstanden in de industriële revolutie gaan bezig houden met sociale wetgeving. Dit zou uiteindelijk resulteren in de welvaartstaat zoals wij die sinds het eind van de twintigste eeuw kennen. De basisgedachte was dat er steeds meer geproduceerd moet worden om te voldoen aan alle vraag naar welvaart en de verdeling daarvan. 

Het recht vervult in de moderne maatschappij twee functies: de eerste is gericht op het regelen van de productie en verdeling van welvaart. Het recht draagt er aan bij dat iedereen die deelneemt in de productie van welvaart ook aanspraak kan maken op die welvaart. De tweede functie is gericht op het creëren van een situatie waarbinnen de welvaartsproductie mogelijk is op basis van marktwerking. 

Het systeem van modern recht, de vrije markt en het vertrouwen in politiek heeft lang goed gewerkt. Maar er is ook een keerzijde. In de moderne maatschappij worden de nadelen van de welvaart langzaam groter dan de voordelen. Dit besef ontstaat in de jaren tachtig van de twintigste eeuw. De risicomaatschappij is geboren. 

In mijn scriptie heb ik Becks theorie over de risicomaatschappij toegepast op het huidige recht en de politiek. Kenmerkend aan de risicomaatschappij is dat ze het niet meer toelaat dat we, zoals bij bijvoorbeeld de ramp in Enschede, pas achteraf naar een oplossing zoeken. Dit komt omdat de gevolgen van een ramp in de risicomaatschappij onomkeerbaar en niet meer te verzekeren zijn. De enige echte oplossing is er naar te streven dergelijke rampen te voorkomen. Kortom, in de risicomaatschappij moet wetgeving niet na het ontstaan van een probleem tot stand komen maar vooraf. De wetgever moet de wetgeving klaar hebben nog voordat deze werkelijk nodig is. 

Dit preventief te werk gaan vergt van de wetgever een andere houding en dus ook een andere houding ten opzichte van het recht. Waar de wetgever op dit moment op basis van het verleden beleid maakt voor het heden moet ze dit in de risicomaatschappij doen met een vooruitziende blik. De overheid moet voorzienig worden. Het is echter maar de vraag of ze dit kan. 

De wetgever heeft het primaat van de macht. Hieruit volgt dat het aan de wetgever is om de maatschappij te beschermen tegen rampen. Dit is de wetgever tot nu toe gelukt vanuit de gedachte dat de maatschappij maakbaar is en dat alles onder het motto van vooruitgang beter zal worden.

Deze vooruitgangsgedachte blijkt echter in praktijk zijn beperkingen te hebben. De maatschappij is maar beperkt maakbaar en de voorruitgang heeft risico’s met zich meegebracht waar de politiek geen grip op heeft. Dit heeft tot gevolg dat de wetgever haar burgers niet meer de veiligheid kan bieden waar burgers om vragen en dat de wetgever dus het primaat van de macht dreigt te verliezen.

Er is door de wetgever te veel naar de voordelen van de door de wetgever gemaakte wetgeving gekeken, en te weinig naar de nadelen. Het gevolg hiervan is dat de huidige wetgeving niet meer voldoet aan de eisen die de risicomaatschappij aan het recht stelt. Sommige kenmerken van het recht bieden geen oplossing meer voor de kenmerken van de risico’s in de risicomaatschappij. De vraag is waarom niet. Om dit probleem te kunnen aanpakken moet er een herwaardering van het recht plaats vinden.

Het recht regelt de verdeling van en de verantwoordelijkheid voor van het ontstaan van risico’s. Bij de risico’s uit de risicomaatschappij is dit niet eenvoudig. Een voorbeeld hiervan is de ramp in Enschede. Deze ramp heeft laten zien dat het heel moeilijk is een verantwoordelijke aan te wijzen. Er ontstaat langzaam een besef dat er iets moet veranderen. Het alternatief dat Beck introduceert is het idee van de subpolitiek. De kern van deze nieuwe politiek is dat het politieke non-politiek en het non-politieke politiek wordt. Niet uitsluitend de mening van het parlement staat meer centraal maar ook de mening van niet politiek georiënteerde organisaties. Het parlement verliest dus aan invloed en niet politieke organisaties krijgen juist meer invloed. 

Door de grondrechten is het mogelijk de politiek te decentraliseren. Burgers wordt de mogelijkheid geboden om hun mening te geven. Dit kunnen zij in georganiseerd verband doen als in een extraparlementaire groep of in fora. Ze kunnen nieuwe beginpunten inluiden op gebieden waar de wetgever volgens hen conservatief en selectief bezig is. Dit kunnen burgers doen door gebruik te maken van de media of het rechtssysteem. Alle partijen worden bij het proces betrokken. Deze participatie kan verschillende vormen krijgen. Voorbeelden die ik in mijn scriptie aanhaal zijn de‘strategieën van de overheid zelf’, de ‘voorzorgcultuur’, de ‘civil society’ en ten slotte de‘gedifferentieerde politiek’. Het gaat bij al deze voorbeelden om participatie. Maar ook dit zijn slechts nog maar ideeën die zich in de praktijk moeten bewijzen. Vraag is of bepaalde risico’s wel te ondervangen zijn.
 

Ga terug...